De herfst bevrijdt je van het idee dat je zou moeten bloeien om van betekenis te zijn.
De herfst heeft een heel bevrijdende les in zich. De zomer, de tijd van bloeien is voorbij en de blaadjes vallen van de bomen. De bladeren die vallen, voeden de aarde. Zo worden ze weer bedding en grond waar nieuw Leven in kan wortelen. In persoonlijke ontwikkeling en in onze tijd ligt de nadruk vaak op bloeien: dat jij straalt, jezelf toont, zichtbaar bent, voluit leeft. Alsof het allemaal om de zomer draait. Maar bloeien is geen doel op zich, maar een beweging.
Wanneer je stopt met het idee dat je móet bloeien om van betekenis te zijn, opent zich iets diepers: een betekenis die verder reikt dan jezelf. Bloei toont zijn diepste waarde wanneer het zijn plaats vindt in het grotere ritme van het leven. Loslaten is geen verlies; het laat zien dat zowel bloeien als loslaten geschenken zijn en altijd beide bedoeld waren om te delen en het Leven te voeden.
Ik moet denken aan een de filosoof Cioran “In de volzin van de tijd zijn de mensen ingevoegd als komma’s, terwijl jij, om hem te stoppen, je onbeweeglijk hebt gemaakt als punt“. Wanneer je je blik te sterk richt op de vorm: op bloeien, op zichtbaar zijn, op hoe jij vindt dat het leven eruit zou moeten zien, verstar je. Je hoofd draait zich vast in eigen gedachtepatronen en je lichaam verkrampt. Een punt lijkt houvast en duidelijkheid te bieden, maar het ontneemt je de stroom van levendigheid en de soepelheid die het leven zelf kenmerkt. Jouw adem leeft in de beweging van in- én uitstromen, zoals de natuur leeft in het ritme van bloei en loslaten.
In dat ritme van bloeien én loslaten ontstaat innerlijke rust. Je hoeft niet voortdurend méér, hoger, dieper, mooier, beter. Loslaten is een vorm van bloeien en jij bent al van betekenis.