Het gaat bijna ongemerkt maar bijna alles wat je denkt, voelt en vindt, presenteert zichzelf alsof het heel belangrijk is. Alsof je overal een mening over moet hebben en die mening vervolgens waarheid wordt. Alsof vervelende gevoelens opgelost móeten worden; het liefst vandaag nog.
Wanneer je die neiging volgt zit je, voor je het weet, opgesloten in je eigen verhaal. Merkbaar in een hoofd wat in rondjes blijft draaien en een lichaam wat zich vastzet. Je denken, je voelen, je meningen komen gewoon als vanzelf naar boven. Dat is ook geen probleem, behalve dat dit de neiging heeft om zichzelf tot hoofdpersoon te maken. Zoals we vroeger dachten dat de aarde het middelpunt van het universum was, zo ervaren onze gedachten en gevoelens dat soms (stiekum) nog steeds. Misschien is dat niet zo erg, maar eigenlijk vooral best grappig. En bevrijdend wanneer je daar wat luchtiger mee om kunt gaan.
Wanneer jij je niet meer zo vast hoeft te bijten in jezelf, komt er veel meer ademruimte. Je hoeft dan niet overal een antwoord op te hebben, jezelf ook niet meer zo te verdedigen en niet alle gevoelens hoeven opgelost of direct verwerkt. Al die gedachten en gevoelens veranderen dan langzaam van een probleem in een uitnodiging. Niet in iets wat ‘gewoon voorbij’ gaat, maar in een levende beweging. Verdriet verlangt naar troost en wordt daarmee een opening naar een diepere verbinding. Een mening wordt dan niet meer iets wat verkocht of verdedigd hoeft te worden, maar input om te werken naar een groter en breder perspectief.
Zo word jij wat rustiger en het leven een beetje milder. Fijn toch?