Sommige dingen in het leven zou je het liefst meteen uitspugen. Teleurstelling, verlies, onzekerheid, twijfel of ziekte. Helaas werkt het niet altijd zo. Soms legt het leven iets op je bord wat je helemaal niet lust. Krijg je te maken met gebeurtenissen die gewoon moeilijk te verteren zijn.
Je kunt dan de neiging krijgen om te vechten en te strijden tegen dat wat je niet wilt. Loslaten klinkt dan vaak als een medicijn en iets wat je moet doen. Alsof het een wilsbesluit is; een keuze. Maar je lichaam laat iets anders zien: om los te laten moet je eerst verteren.
Ruimte maken voor wat je niet wilt, maar wel gebeurd is niet zo gemakkelijk. Je kunt er letterlijk en figuurlijk buikpijn van krijgen. Je hele systeem, in voelen én in denken komt in opstand. Je wordt misschien boos en krijgt de neiging om te vechten en te strijden tegen dat wat je niet wil, tegen het onrecht dat je overkomt. Dat is de impuls om uit te spugen en dat is onrust.
Als uitspugen niet kan, zul je eerst moeten verteren om los te kunnen laten. Verteren kost tijd. Het laat zich niet afdwingen en niet versnellen. Het vraagt vooral geduld en de ruimte om het proces zijn werk laten doen. Het kan hard werken zijn om de impulsen, die in je voelen en denken omhoog komen, níet te volgen. Maar om ruimte te maken. Je kunt weer rust leren vinden als je leert verteren. Net zoals je lichaam dat doet, rustig en gestaag en soms een beetje pijnlijk.